Archief‎ > ‎

Thuis zijn en zich thuis voelen?

Platformbijeenkomst Platform Humane Zorg Noord                                    11-10-2011 (NNCZ, Hoogeveen)

Elena Bendien, onderzoeksgroep Goed Ouder Worden van Universiteit voor Humanistiek te Utrecht, houd een inleidind over ervaringen van ouder in het Thuis zijn en zich thuis voelen. De ervaringen van fysieke en existentiële ruimten op latere leeftijd worden besproken.


Thuis zijn en zich thuis voelen:    ervaringen van fysieke en existentiële ruimte op latere leeftijd


Elena Bendien is gepromoveerd op herinneringen van ouderen. Haar onderzoek vond plaats bij Humanitas Rotterdam waar ze oa betrokken was bij opzetten en inrichten van het herinneringsmuseum. Thans is zij onderzoeker bij de Universiteit voor Humanistiek Utrecht, verbonden aan de onderzoeksgroep Goed ouder worden.

De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan op het gebied van ouder worden. Het gaat vaak over gezond, positief en actief ouder worden (denk oa aan healthy aging onderzoeken). De onderzoeksgroep aan de UvH richt zich vooral op het perspectief van ouderen, dat vaak wel meegenomen wordt, maar toch niet helemaal goed vertegenwoordigd wordt. Ook de zingevende vragen vallen vaak weg. De onderzoeksgroep richt zich op welzijn, zingeving en menselijke waardigheid in de levensloop. Elena Bendien onderzoekt de ervaringen van ruimten. Wat is ‘thuis zijn’? Wat is ‘thuis voelen’?

 

De opzet van het herinneringsmuseum was in de vorm van huiskamers. Gewoon verzamelen van spullen bestaande voor uit donaties. Door dingen op een bepaalde manier neer te zetten of op volgorde te zetten kregen de dingen hun betekenis, roepen dingen herinneringen op en komen verhalen naar boven.

 

Wanneer we spreken over wonen dan gaat het over:

ruimten           - waar we zijn

                        - waar we zijn wat we zijn

Er is een onderscheid in:

  1. Plaats – gaat over fysieke afmetingen
  2. Ruimte – gaat over ervaren, is minder fysiek

Beiden spelen tegelijkertijd, geen hiërarchie in

 

Bij de bouw van een huis kijk je naar zowel de fysieke ruimten als wat in die ruimte ervaren zal worden (denk aan oppervlakte, warmte en licht dat deze ervaring zal beïnvloeden).  

 

Wat betekent thuis zijn:

- Een schuilplaats hebben?

- Eigen spullen bezitten?

- Op een bepaalde manier wonen/zijn?


Thuis zijn niet gelijk aan ‘een schuilplaats hebben’

In de beroemde voordracht ‘Bouwen Wonen Denken’ (1951) stelt Heidegger dat wonen niet hetzelfde als ‘een schuilplaats hebben’ is. Wonen in de zin van zich thuis voelen is meer dan een dak boven je hoofd hebben. Hij schrijft dat een chauffeur zich op de snelweg thuis voelt, maar hij woont daar niet. Evenals een ingenieur zich in de fabriek thuis voelt, maar hij woont er niet. Wie werkelijk woont, staat open voor de fundamentele dimensies van het Zijn. Het werkelijke wonen legt en behoedt de relatie met fysieke en existentiële vragen over het thuis zijn en zich thuis voelen.

Helaas missen we dat, stelt Heidegger in deze voordracht. De grootste woningnood is niet een tekort aan woningen, maar het feit dat de mens weer moet leren wonen. Behoedzaamheid en koestering hebben geen plaats meer in de huidige tijd; wat overheerst is een instrumentele houding ten opzichte van de wereld, gebaseerd op overwegingen van nut en efficiëntie.

 

Verzamelen

De woning is vaak een ‘verzamelplaats van spullen’, kasten en commodes vol met spullen. Vraag is wat doen deze spullen? Spullen zijn vaak een verlengstuk van persoonlijke levensgeschiedenissen die mensen willen ‘bewaren’.

Verhuizen betekent vaak loslaten. Het opruimen kan heel veel herinneringen oproepen.

Boom

Bij het thuis voelen wordt vaak een vergelijking gemaakt met een boom. Het uitgroeien en vertakken van het leven en het inwortelen (op existentieel niveau).

 

Wonen à Het zijn

Denk hierbij aan een bepaalde manier van zijn, een bepaalde eigen stijl of ritme hebben die zich onderscheidt van andere mensen. Je doet iets op een eigen manier. Wanneer je verhuist moet alles opnieuw een ritme of nieuw patroon vinden. Voor verhuizen naar zorginstellingen geldt dat nog meer. Iedere zorginstelling kent ook weer een eigen patroon, als zorgvrager moet je gaan passen in dit patroon. Interessante vraag is wie de grootste flexibiliteits- of aanpassingsvermogen heeft? De zorginstelling, verzorgenden of zorgvrager? Het moet een nieuw patroon of ritme vinden en onderschat daarbij het vermogen van de zorgvrager niet om zelf mee te zoeken naar een eigen ritme.

Algemene begrippen van een huis

-       vaak rond een haard (eigen huis en haard)

-       huis heeft een centrum (focus)

-       huis heeft grenzen, begrenzing

-       veiligheid

Als je verhuisd, waar blijft dan ‘huis en haard’? Hoe zit het met de grenzen en begrenzing? Het letterlijk binnen laten van zorg, hulp, aanpassingen.

 

‘Krimpen’ versus Kristalliseren
Verhuizen wordt veelal geassocieerd met opruimen en loslaten. Bij een verhuizing op latere leeftijd is vaak ook sprake van inleveren van onafhankelijkheid. Bij ouder worden wordt veelal gesproken in termen van verlies, aftakeling, krimpen (zowel existentieel als fysiek). Kunnen we daar ook op een andere manier naar kijken ipv krimpen spreken van kristalliseren? Een positievere kijk op ouder worden?

We spreken over het bewaren van spullen. Voorbeeld: bezig zijn met je nalatenschap of je nabestaanden met heel veel spullen opschepen als je overlijdt? Het kunnen opruimen van spullen of ‘kristalliseren’ is wellicht ook een kwestie van karakter?

 

Culturele achtergrond zal hierin ook een grote rol spelen (hoewel het bereiken van een hele hoge leeftijd eigenlijk pas de laatste tientallen . Er is echter binnen de eigen cultuur al een groot verschil te zien op het gebied van wonen. Elena haalt voorbeeld van twee tantes aan: een is 98 en woont nog steeds zelfstandig, ziet hulp in zorg niet zitten. De andere tante is 96 en woont vanaf haar 55 jaar in een serviceflat en is helemaal vertrouwd met verzorging.

 

Zich thuis voelen op latere leeftijd, afhankelijk van vele factoren:

-     Thuis blijven of verhuizen /kleiner gaan wonen

-     Je eigen spullen gebruiken of afscheid daarvan nemen

-     In de nabijheid van de kinderen / kennissen / vrienden blijven wonen

-     Je verhaal kunnen vertellen, ervaringen delen en herinneringen ophalen

-     Je verlies verwerken en nieuwe contacten leggen

-     Je kwetsbaarheid aanvaarden

-    

 


Hoe kunnen we het gevoel van zich thuis voelen onderzoeken /meten/ beschrijven?

-        empirisch onderzoek, bv narratief onderzoek (het luisteren naar het verhalen);

-        onderzoek doen vanuit het perspectief van bewoners en het perspectief zorgprofessionals;

-        schaal van levenshouding gebruiken;

-        participatie van bewoners stimuleren…

 

Discussie:

Over het (opnieuw) vinden van een eigen ritme, routines en gewoonten wordt gezegd dat we daar als zorginstellingen eerlijke of zuiverder in zouden kunnen zijn in onze voorlichting. Je hebt één organisatie en miljoenen mensen. Dat heb je niet meteen afgestemd. In zekere zin is er bij een verhuizing naar een verzorgingshuis altijd ‘een clash’. Je moet steeds opzoek naar de ruimte/spelingruimtes. En daarin moeten zowel zorggever als zorgontvanger zoeken. Zoeken naar punten die houvast geven voor deze persoon.

Benadrukt wordt de gelijkwaardigheid van het afstemmen van ritmes op elkaar. Ritmes moeten op elkaar afgestemd worden. Onderschat daarbij het vermogen van de oudere niet. Voorbeeld: in een verzorgingshuis was de afspraak binnen de zorg ’s avondskleding klaar te leggen. Bewoner wilde hier niet in meegaan, ‘je gaat niet een dag van te voren je kleren uitzoeken’. Ze kon echter geen weerstand bieden aan de structuur van de zorg. De had ze haar eigen oplossing: Ze zette zij haar wekker ’s ochtends een half uur voor de verzorging kwam en stond op om kleren uit te zoeken bij het laatste weerbericht en haar gemoed. De kleren die er lagen werden terug gelegd in de kast. Deze vrouw had hierin een nieuw vast ritme gevonden (ze heeft hier afgestemd op de structuur van verzorging, waarschijn is mevrouw hier flexibeler dan de verzorging).

Inleving is ook heel belangrijk. Er wordt gesproken over hoe weinig we ons soms bewust zijn van onze eigen routines. In een cursus voor verzorgers werd de opdracht gegeven om als aan- of uitkleed, dit eens in een andere volgorde aan te kleden dan je gewend bent (bijvoorbeeld eerst hemd dan broek) of je tanden te poetsen met je andere hand. Te ervaren hoe vervelend dat kan aanvoelen.

 

Interessante vraag: Als je thuis bent, wie is dan de ‘professional’ of de verzorger?

Is deze gast in jouw huis? Niet echt want je nodigt deze ‘professional’ niet echt uit. Je zorgt niet voor haar/hem? Of toch ook wel?

Kun je deze zien als partner of compagnon?

Compensator:? Als compensatie van iets wat weg is, kwijt is?

Belangrijk is de relatie. Er is sprake van wederzijdse afhankelijkheid. (voorbeeld een verzorger in opleiding, een schoenenverkoper zonder ‘zorgervaring’ doet het heel goed omdat hij met mensen om kan gaan, kan ‘afstemmen’ en hij krijgt daardoor heel veel bij mensen voor elkaar, bewoners zijn zeer enthousiast over deze jongen)

Wie bepaalt de tijd, agenda, geur, kleur, geluid (muziek), etc. wat past wel/niet?

 

Hoe kijken we naar een zorginstelling:

vergelijk een gasthuis als centrum van het doen, aangestuurd door een raad van regenten.

Welke plaats in de wijk en samenleving?

 

Wanneer thuis niet meer thuis voelt:

De verzorger moet geen indringer zijn in je (t)huis. Binnen laten.

Wanneer niets meer eigen is (materie, ervaringen, gewoonten, etc.).

Domotica kan heel handig zijn, maar er toch ook voor zorgen dat je huis niet meer je (t)huis is.


ĉ
informatie platform,
24 sep. 2012 05:38