Inleiding

Inleiding door Mariëlle Cuijpers, Vilans:

‘Op ontdekkingstocht… H
et Domein Mentaal Welbevinden in kaart gebracht'

 

Goedemorgen beste mensen,

Ik ben heel blij met dit congres, dat aandacht vraagt voor welzijn in de zorg en ik ben ook blij met de gelegenheid die ik hier krijg om te spreken over een thema dat me al heel lang aan het hart ligt: zorgen voor mentaal welbevinden. Ik werk bij Vilans, kenniscentrum voor de langdurende zorg. Ons doel is de kwaliteit van leven verbeteren van mensen die lange tijd zorg en ondersteuning nodig hebben.

Het is heel mooi dat dit congres er is, je kunt je er ook over verbazen dat er een congres over het thema welzijn in de zorg nodig is. Het zegt wel iets over de tijdsgeest, u zou zich er waarschijnlijk over verbaasd hebben als dit het congres Zorgen voor meer regels, of iets dergelijk was geweest. We hebben in de zorg, veel regels, veel georganiseerd, en de neiging alles te willen controleren en oplossen.

En wat dan eigenlijk zo vanzelfsprekend is en zo ogenschijnlijk eenvoudig om aandacht te hebben voor het welbevinden en welzijn van mensen die zorg nodig hebben, blijkt dan ingewikkeld te worden.

Bij het voorbereiden van deze presentatie werd ik getroffen door een gedicht van Rutger Kopland:

 

Enkele andere overwegingen

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten we de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.

(Bron: Rutger Kopland (1934) Uit: Verzamelde gedichten, G.A. van Oorschot, Amsterdam 2006,
Oorspronkelijk in Tot het ons loslaat, G.A. van Oorschot, Amsterdam 1997)

Naar mijn idee hebben we verleerd om de tijd te laten gaan waarheen hij wil. En dat speelt ons parten in de zorg. Graag ga ik het komende half uur met u op ontdekkingstocht om  de eenvoud en raadsels van het domein mentaal welbevinden te verkennen. 

De drie onderwerpen die ik met u wil bespreken zijn:

1. Wat is zorgen voor mentaal welbevinden en waarom gebeurt het onvoldoende? (informeren)

2. Hoe weet je wat belangrijk is voor cliënten? -Belang van de een goede zorgrelatie voor leefplezier en werkplezier, hoe leer je de cliënt dan kennen? (bewustwording)

3. Wat kun je doen? - wat kun je als organisatie en wat kun je zelf, als zorgmedewerker of vrijwilliger (Inspireren)

1. Wat is zorgen voor mentaal welbevinden
Wat betekent Mentaal welbevinden? Dat is vrij eenvoudig, mentaal welbevinden betekent dat iemand lekker in het vel zit, zich goed voelt. Ziekte, geestelijke achteruitgang of een zwakke gezondheid zijn van invloed op het mentale welbevinden van mensen en kunnen ervoor zorgen dat iemand zich minder gelukkig voelt, zich minder wel voelt. Andere termen die ook wel gebruikt worden om mentaal welbevinden aan te duiden zijn geluk, kwaliteit van leven en leefplezier.

Bij mentaal welbevinden draait het om pijnlijke en plezierige gevoelens en hoe we die gevoelens persoonlijk ervaren. Mentaal welbevinden is altijd subjectief en kan voor iedereen anders tot stand komen en ook voor dezelfde persoon veranderen in de tijd. Voor een jonge mensen zijn veel en veelvuldige contacten met leeftijdsgenoten vaak heel belangrijk, voor oudere mensen telt een diepgaand contact met iemand die veel voor hen betekent vaak meer. De ene persoon voelt zich wel op het water, de ander wandelt liever in de bergen, de ene persoon houdt van dansen, de ander staat liever op het voetbalveld.

Mentaal welbevinden is een kwestie van denken en voelen samen. Het bewustzijn over wat er in en om ons lichaam gebeurt, noemen we mentaal bewustzijn. Dit gaat verder dan het cognitief vermogen (kennen en bewust herinneren). Mensen met een verstandelijke beperking of mensen met dementie hebben immers ook mentaal bewustzijn. Dus ook voor hen in mentaal welbevinden belangrijk.

Van invloed op het mentale welbevinden zijn:

* Lichamelijke aandoeningen: verminderen en verzwakken ons vermogen om ons in allerlei situaties en relaties te verweren.
* Kwetsbaarheid vanwege omstandigheden, ziekte of ouderdom: mensen kunnen hun gevoel van weerbaarheid verliezen, waardoor gevoelens van angst, onzekerheid en paniek toenemen. Gevoelens van verlies en eenzaamheid spelen een rol en kunnen de kwaliteit van leven onder druk zetten, het mentaal welbevinden doen afnemen (neerwaartse spiraal).

In deze situaties groeit de behoefte aan bescherming en veiligheid om plezier in het leven te hebben en te houden. (opwaartse spiraal)


Ook al is mentaal welbevinden, de beleving van geluk persoonlijk, toch toont onderzoek aan dat een aantal levensaspecten voor ieders leefplezier van belang zijn.
Mensen ervaren mentaal welbevinden wanneer ze:

-       greep houden op het eigen leven

-       met één of enkele mensen een hechte band hebben

-       waardering krijgen door mensen in de omgeving

-       gezond eten en regelmatig bewegen

-       een doel hebben in het leven en dit kunnen bijstellen als het niet haalbaar blijkt kunnen genieten van eenvoudige dagelijkse ervaringen

-       geluk kunnen delen met anderen.

 

Mentaal welbevinden als onderdeel van zorg

Hoe is mentaal welbevinden onderdeel van zorg? Mentaal welbevinden is een van de vier kwaliteitsdomeinen van het Kwaliteitskader goede zorg in de ouderenzorg. De visie in de ouderenzorg is dat goede zorg die zorg is die bijdraagt aan de kwaliteit van leven van de cliënt. Aandacht voor mentaal welbevinden is hiervoor een noodzakelijk en wezenlijk onderdeel. Mentaal welbevinden raakt aan de persoonlijke beleving van cliënten. Als onderdeel van zorg wil je dan bijvoorbeeld weten: hoe ervaart iemand zijn leven, in welke mate vindt iemand zijn leven zinvol, voor welke nieuwe levenskeuzen komt iemand te staan? Ook aandacht en zorg voor eenzaamheid en depressie maken deel uit van dit domein.

 

Waarom gebeurt zorgen voor mentaal welbevinden nog onvoldoende?

Mentaal welbevinden wordt vaak gezien als het minst concrete domein van het kwaliteitskader en verdwijnt in onze huidige organisatie van de zorg vaak naar de achtergrond, het maakt vaak nog niet integraal onderdeel uit van zorgprocessen (onderdeel van MDO) en zorgafspraken (in ZLP). Ook in de gehandicapten- en jeugdzorg is dit het geval.

De nadruk in de zorg ligt veel op efficiëntie, processen stroomlijnen, resultaatafspraken, risico’s inperken en ga zo maar door. Er is een grote nadruk op werken volgens de klok, regels en protocollen en op meetbare resultaten: Heeft iemand de juiste medicijnen gehad, is iedereen op de juiste tijd uit bed gehaald, zijn de juiste vragenlijsten afgenomen en op tijd ingevuld. Of nagevraagd is hoe het met de cliënt gaat en of de cliënt desgewenst zijn hart heeft kunnen luchten bij een voor hem vertrouwde medewerker of vrijwilliger, lees je nog niet terug in kwaliteitsrapportages. ‘De tijd laten gaan waarheen hij wil’ is door onze manier van organiseren nauwelijks mogelijk. Een daardoor raakt aandacht voor mentaal welbevinden, iets wat moeilijk meetbaar is, op de achtergrond.

Dat wil overigens niet zeggen dat veel zorgmedewerkers en vrijwilligers niet al heel vaak zorgen voor het mentaal welbevinden, vaak wordt dat niet als onderdeel van het werk beschouwd of zelfs stiekem gedaan. Zoals een kopje thee drinken met de cliënt na werktijd. Daarmee is deze zorg onzichtbaar.

 

Juist in deze tijd van bezuiniging en verzakelijking in de zorg staat het gewone contact van mens tot mens onder druk en daarmee is het des te meer van belang om hier als zorgorganisatie beweging in te brengen.

Het mes zal aan twee kanten snijden: meer leefplezier voor cliënten en meer werkplezier voor medewerkers. En voor de ouderenzorg: je bent bezig te voldoen aan het kwaliteitskader.

 
2 Belang van de een goede zorgrelatie

Bij zorgen voor mentaal welbevinden is een goede zorgrelatie belangrijk

Werken in de zorg is werken voor en met mensen. In de zorg wordt steeds meer van medewerkers verwacht dat ze met verschillende disciplines kunnen samenwerken, dat zorgmedewerkers en vrijwilligers met elkaar samenwerken en dat je als zorgmedewerker de familie en mantelzorger betrekt bij de zorg. Dat vraagt om het centraal stellen van de relatie. Eerst contact maken, een relatie leggen, dan pas zorginhoudelijk aan de slag. Zorgen voor mentaal welbevinden betekent dat je als medewerker of vrijwilliger bereidt bent om de cliënt te leren kennen en om te accepteren en je ervan bewust te zijn dat dat een voortdurend proces is, niet in schema’s en regels te vangen. Hoe je dat dan wel doet, daar kom ik zo nog op terug.

 

Omdenken nodig

U heeft vanochtend les gehad in omdenken. En behalve dat de omstandigheden in een organisatie niet altijd meezitten, valt er ook bij zorgmedewerkers en vrijwilligers nog veel te winnen, waar omdenken voor winst kan zorgen.

Zorg voor mentaal welbevinden wordt vaak gezien als iets wat je wilt doen nadat al het andere gedaan is. Terwijl voor veel cliënten de behoefte aan een vertrouwelijk gesprek vaak groter is dan aan andere zorg. Veel medewerkers zeggen dat ze dat zouden willen doen, maar er zijn de nodige maars:

- ik heb het al zo druk

- ik weet niet of het mag van mijn teamleider

- het zit niet in mijn takenpakket

- mijn collega’s denken dat ik lui ben als ik bij de cliënt ga zitten

- misschien overschrijd ik het gevoel van privacy van de cliënt

- ik heb vorige maand ook al met de cliënt gesproken

-de cliënt zeurt altijd zo over hetzelfde

- ik weet niet overal een antwoord op

- ik vind het moeilijk om over gevoelens te praten

 

Om tijd te krijgen voor zorg voor mentaal welbevinden en om prioriteit te geven aan deze zorg helpt wellicht het omdenken dat Ghandi al voor ons heeft gedaan. Vrij vertaald heeft hij gezegd:

 

‘Een cliënt is de belangrijkste bezoeker van onze organisatie. Hij is niet van ons afhankelijk. Wij zijn afhankelijk van hem. Hij verstoort ons werk niet. Hij is het doel van ons werk. Hij is geen buitenstaander van ons werk. Hij is een deel ervan. Wij doen hem geen plezier door hem van dienst te zijn.’

De cliënt doet ons een plezier door ons de gelegenheid te geven hem van dienst te kunnen zijn. Met andere woorden, de cliënt geeft ons de gelegenheid onze medemenselijkheid, onze compassie te tonen, om ons kortom, mens te voelen.

Naar mijn idee zou dat de prioriteit dienen te zijn van elke zorgorganisatie en elke zorgmedewerker en vrijwilliger en dat is des te belangrijker als mensen langdurend van je zorg afhankelijk zijn.

De cliënt leren kennen

Cliënten geven zelf aan dat hun mentaal welbevinden gevoed en bevorderd wordt door persoonlijk contact, gezien worden als volwaardig persoon en aangesproken te worden op wat ze zelf nog kunnen.

Het is dus vrij eenvoudig eigenlijk. Het is dan wel belangrijk dat je de cliënt goed leert kennen en een relatie met hem opbouwt. Dat vraagt om gesprekken van mens tot mens, zonder dat je bezig bent om meteen in zorgoplossingen te denken. 

 

In de zorg wordt meer en meer gewerkt met zorgplannen, leefplannen, zorgleefplannen, toekomstplannen, waarin vaak plaats is voor een cliëntkarakteriek of omschrijving van het levensverhaal. Intake- en evaluatiegesprekken met de cliënt worden vaak gevoerd met deze en soms nog meer formulieren op tafel, en op die formulieren staan dan vaak termen als: doelen, acties, resultaten. Dat is allemaal heel prachtig, zeker in vergelijking met de eerdere situatie waarin er alleen een medisch dossier was. De valkuil bij deze methoden is dat je als medewerker meer bezig bent om alle onderdelen van het formulier ingevuld te krijgen dan met wie de cliënt is die je voor je hebt en wat hem bezighoudt op dit moment.

Cliënten zeggen vaak heel tevreden te zijn met de zorg die ze krijgen. Tegelijkertijd geven ze ook vaak aan zich eenzaam te voelen. In gesprekken die ik met cliënten had werd ook verteld dat ze het lastig vinden om kritisch te zijn omdat je van de zorgmedewerkers afhankelijk bent. En ook dat ze vragen en verhalen vaak voor zich houden omdat ‘de zusters het toch al zo druk hebben’. Een mevrouw zei: “Ik zou graag willen dat ze hier weten wie ik nu ben en dat ze weten wie ik geweest ben. Dat is nu niet zo en dat vind ik jammer.”

 

Hoe voer je zo’n gesprek, hoe begin je over iemands levensverhaal, Wat vraag je, hoe reageer je op verdriet? Dat is een kwestie van oefenen, goed samenwerken als team, leren van elkaar, leren van de cliënten zelf.

Soms krijgen zorgmedewerkers negatieve reacties van cliënten als zij vragen stellen over het leven van de cliënt. Dan vraagt een cliënt  aan de medewerker waar hij zich mee bemoeit. Of cliënten en hun naasten willen niets vertellen omdat ze bang zijn dat alles wat ze zeggen genoteerd wordt in een zorgdossier.

Waarover en op welke manier een gesprek te voeren met een cliënt vraagt inlevingsvermogen en rust bij de zorgmedewerker. Daarnaast dient de zorgmedewerker met de cliënt te bespreken wat wel en wat niet over een persoonlijk gesprek wordt opgeschreven in een zorgleefplan of in een overdrachtsdossier.

 

Om een gesprek op gang te brengen over wat voor de cliënt prettig en betekenisvol is, maakte Vilans als hulpmiddel de landkaart van het Domein Mentaal Welbevinden. Deze treft u ook in uw congresmap aan. U kunt hierop letterlijk het domein mentaal welbevinden zien. Het landschap op de kaart is een metafoor voor het leven. De wegen en plaatsen op de kaart staan symbool voor gebeurtenissen, emoties en overwegingen. Zo is er een Humorlaan, een Stroom van tranen en Vooruitkijkpost. Het domein kent vier hoofdgebieden: Vreugde, Verbondenheid, Verdriet en Verhalen.  De kaart inspireert om vragen te stellen over het leven van de cliënt. Voelt u zich welkom hier? Wat was de mooiste dag uit uw leven? Heeft u ergens spijt van? Door de kaart te gebruiken kan de cliënt of zijn naaste verduidelijken wat belangrijk is voor zijn welbevinden.

De kaart is ook bedoeld om als medewerkers of vrijwilligers onder elkaar te spreken over wat mentaal welbevinden is en hoe je daarvoor kunt zorgen.

 

 

Landkaart domein mentaal welbevinden

© 2012, Jean Klare | www.atlasvandebelevingswereld.nl

 

 

Als medewerkers kun je blind een term prikken en bespreken wat de term bij je oproept: Bijvoorbeeld ‘autonomie’, Hoe spreek je de cliënten aan op wat ze zelf nog kunnen?

Door zo de paden en de wegen te verkennen, kom je met elkaar in gesprek.

 

Het domein kent vier hoofdlevensgebieden:
1. Vreugde (wat maakt de cliënt blij)
2. Verbondenheid (met wie voelt de cliënt zich verbonden)
3. Verdriet (wat maakt de cliënt verdrietig)
4. Verhalen (wat zijn de levensverhalen van de cliënt).
 

Op het domein staan vier landhuizen: huis van Verhalen, Huis van Zin, Huis van Contact en Huis van Troost. Zij staan in de vier levensgebieden en staan symbool voor de ondersteuning de een zorgteam kan bieden aan een cliënt. Op de website van Vilans staan per huis tips en werkvormen die je ondersteunen bij zorgen voor het mentaal welbevinden.    

 

Door eerst te vertragen en tijd te nemen om de cliënt te leren kennen, zul je later gemakkelijker en beter in staat zijn om doelen en acties in het zorgleefplan te formuleren. En om daar flexibel mee om te gaan, al naar gelang hoe de cliënt zich voelt.

 

3 Wat kun je doen aan mentaal welbevinden ?

Dat cliënten en familie en zorgmedewerkers en vrijwilligers elkaar leren kennen en vertrouwen heeft tijd nodig. Zorgorganisaties houden hiermee rekening door te investeren in een goed teamklimaat en door zoveel mogelijk met vaste zorgmedewerkers te werken. Regelmatige scholing van zorgmedewerkers en in teamverband ondersteuning bieden (reflectiebijeenkomsten, moreel beraad) zijn andere randvoorwaarden. Het leren van deze gespreksvaardigheden vraagt om oefening en om uitwisseling met collega’s. Sommige zorgmedewerkers weten uit zichzelf de juiste toon op het juiste moment te vinden, anderen hebben meer tijd, ondersteuning en feedback nodig om dit te leren.

 

Wil je als zorgorganisatie echt goede zorg leveren, dan is het belangrijk aandacht te hebben voor mentaal welbevinden en hier beleid op te ontwikkelen. Ook cliëntenraden kunnen mentaal welbevinden agenderen en aan de zorginstelling vragen om hierover beleid vast te leggen. Dan kan het bijvoorbeeld gaan over wat de zorgorganisatie doet zodat nieuwe bewoners zich thuis leren voelen en wie daarvoor verantwoordelijk is. ActiZ publiceerde hier twee brochures over en Vilans publiceerde samen met een zorgorganisatie de brochure leefplezier.

 

Wat kun je als medewerker en vrijwilliger doen – of laten?

“Het zijn de kleine dingen die het doen”:

 

De cliënt leren kennen

1. Leer de cliënt als persoon kennen

2. Weet wat de cliënt zelf wil doen en houd hier rekening mee

3. Ga flexibel om met regels en afspraken

4. Sta voorkeuren toe

 

Stilstaan bij de cliënt

5. Neem de tijd voor de cliënt

6. Maak een praatje

7. Geef ongevraagd aandacht

8. Zorg voor een veilig gevoel

 

De cliënt betrekken

9. Bevorder deelname aan activiteiten

10. Stimuleer sociale contacten

11. Betrek de cliënt bij het beleid van de instelling

12. Zorg voor een goede teamsfeer (en vaste medewerkers)

Een voorbeeld uit de praktijk: (blog op website van Vilans)

“Regelmatig vraag ik aan mezelf hoe het met me gaat!” Zo begint ons gesprek en ik geloof haar. Haar woorden komen altijd mompelend tevoorschijn, alsof ze het niet tegen iemand heeft maar tegen een spiegel die zij zichzelf voorhoudt. Regelmatig praat zij in zichzelf en in haar woorden klinkt het bange vermoeden dat zij voor anderen nauwelijks bestaat. Zoiets voel je, als je het gevoel hebt dat mensen niet echt bij je stil durven staan maar je liever ontwijken. Waarschijnlijk komt het omdat ze er tegenop zien echt in jouw leven te duiken, omdat je zo overvol zit met verdriet. Dan gaat men liever in een boog om je heen. En als ze je al vragen hoe het met je gaat, (“Hoe gaat het met je? Goed zeker?”) dan zeg je maar liever niets; want de vraag is vaak zo snel gesteld en een echt antwoord… Laat maar zitten!
Dan gebeurt er een klein wonder. Een kind van vijf van dezelfde galerij stuitert struikelend haar leven binnen en vraagt zonder verdere inleiding: “Waarom kijk jij altijd zo boos?” Deze keer is de vraag welgemeend. Dat zie je aan het kind dat nu al een minuut wacht op antwoord. De armpjes over elkaar en een gezicht van “komt er nog wat van?” Na jaren is er een echt gesprek. Zij vertelt het verhaal over hem; haar overleden man die ze elke dag zo vreselijk mist. En verhalenderwijs verdwijnen de harde trekken en straalt er die lieve glans, waar hij zo van hield. En het kind voelt zich thuis en komt elke week even langs. Het kent haar verhaal intussen, maar het blijft boeien omdat het zo echt is. Het kind kon de was doen en haar leven weer wat kleur geven.
Soms zijn het deze moeizame gesprekken waar ik tegen op zie; weer datzelfde verhaal en de uitzichtloze verzuchtingen. “Waarom leef ik eigenlijk nog? Waartoe ben ik nog op aarde. Ik bid elke avond dat ik morgen niet meer wakker word.” Toen ik na drie kwartier wat moedeloos verzuchtte dat ik opnieuw geen antwoord had kunnen geven op haar moeilijke vragen, keek zij me oprecht verwonderd aan en zei: “Een antwoord geven… ? Je bent al bijna een uur een antwoord geweest!”

Zo kinderlijk eenvoudig kan onze aanwezigheid bij mensen zijn.

(Bron: Vilans, Blog Adri Verweij)

 

De tijd laten gaan…

En ach, hoe eenvoud haar raadsel vindt.

 

Tot slot

Ik hoop dat het belang van zorg voor mentaal welbevinden helder heb kunnen maken, zowel voor het leefplezier van de cliënt als voor uw eigen werkplezier. Dat een goede zorgrelatie en het leren kennen van de cliënt hiervoor nodig is. Door oog te hebben voor ogenschijnlijk kleine dagelijkse dingen die voor mensen belangrijk zijn, kunt u het verschil maken en al heel veel voor de cliënt en zijn familie betekenen.

 

Meer weten?

www.vilans.nl/mentaalwelbevinden

www.vilans.nl/familieparticipatie

www.netwerklevensvragen.nl

www.zorgvoorbeter.nl > mentaal welbevinden

www.vanbetekenis.info >levenseinde

www.vilans.nl/communiceren

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Comments