lees verder


Een belangrijke inspiratiebron voor dit initiatief biedt het model voor levensloopbestendig wonen van Humanitas Rotterdam. Dit model is gebaseerd op de zogenaamde ja-cultuur en op het streven het wonen in (de nabijheid van) een zorginstelling zomogelijk aantrekkelijker te maken dan de huidige thuissituatie voor ouderen. In een aantal instellingen van Humanitas Rotterdam realiseert men dit ondermeer door aantrekkelijke een- en tweepersoons appartementen voor ouderen, waar indien nodig verpleeghuiszorg aan huis geleverd kan worden. Dit in combinatie met hoogwaardige gemeenschappelijke faciliteiten (waaronder een goed en goedkoop restaurant) waarmee de levensloopbestendige woonvoorziening ook aantrekkelijk wordt voor de ‘buitenwereld’. Vanuit het management stuurt men gericht aan op geluk en bezieling in plaats van op toezicht en controle (Becker:2006).

Het model van Humanitas Rotterdam vormt een belangrijke, maar niet de énige inspiratiebron voor het ontwikkelen van een eigen organisatievorm. Aanpassingen en verbeteringen zijn nodig, ondermeer in het licht van het verschil tussen de grootstedelijke omgeving van Rotterdam en de landelijke en kleinschaliger kenmerken van het noorden. Binnen PHZ (Noord) wordt dan ook gekeken hoe verschillende elementen van Humanitas Rotterdam kunnen worden toegepast op bijvoorbeeld het kleinschalig wonen. Een belangrijke vernieuwingslijn daarbij is de radicale vermaatschappelijking van de ouderenzorg. Hierin is vooral aandacht voor een revitalisering van burgerschap en onderlinge betrokkenheid. In het project krijgt dit gestalte via samenwerking tussen zorginstellingen en Humanitas-organisaties in de noordelijke provinciën en het opzetten van ‘servicepunten in de wijk’. Hier kunnen ouderen in de omgeving een beroep doen op de organisatie en kunnen allerlei samenwerkingsverbanden ontwikkeld worden met andere maatschappelijke organisaties. Uitbreiding daarvan is zeker gewenst, mede tegen de achtergrond van de nieuwe WMO en de consequenties daarvan voor ondermeer persoonsgebondenbudgetten (PGB’s) en thuiszorgorganisaties.

De eerste fundamenten voor het Platform Humane Zorg (Noord)

In de ontwikkeling van het PHZ(Noord) zijn de eerste fundamenten gelegd van een stevige basis om op voort te bouwen.

Het eerste fundament luidt dat humane waarden als menselijkheid, autonomie, verantwoordelijkheid, rechtvaardigheid, verbondenheid, etc. sturend moeten zijn bij de ontwikkeling en praktische realisering van nieuwe vormen van zorg voor ouderen. Wanneer men afhankelijk van zorg is hoeft men zich niet moedeloos neer te leggen bij een heersend zorgsysteem. Een systeem bepaald door begrippen als productiviteit, efficiëntie en transparantie heeft vaak moeite om persoonlijke aandacht centraal te stellen. Uitgangspunt voor de werkgroep van het PHZ is dat het systeem de oudere in diens mogelijkheden dient te ondersteunen, opdat er ruimte is om het eigen leven een mooie, waardevolle invulling te bieden. 

Het tweede fundament betreft een andere visie op ouderen en ouder worden. Volgens Baars (2006) heerst er een sterke nadruk op jong blijven. Hij spreekt zelfs van de opkomst van een anti-verouderingscultuur. Dominerende visies op ouder worden benadrukken een aftakelingsproces en vooral de verliezen die met ouder worden gepaard gaan. Zonder de vervelende kanten van het ouder worden te ontkennen, moet ingezien worden dat tot op zeer hoge leeftijd (zelfs tot in de laatste levensfase) er nog mogelijkheden zijn voor een mooi en zinvol leven. Ouder worden betekent niet enkel pathologisch verval en een aftakelingsproces. De reactie daarop is namelijk dat we (bijna) alleen maar medisch en verzorgend gaan handelen en mensen gaan zien als ‘zieken’. In navolging van Baars definieert het PHZ ouder worden als een complex en onvermijdelijk proces, waarin ontwikkeling (ervaringsrijkdom) en aftakeling (toenemende kwetsbaarheid) tegelijkertijd en doorelkaar heen spelen. Ook op de oude dag kun je nog leren, genieten, boos worden, veranderen, etc. Soms is daarbij specifieke ondersteuning nodig.

Het derde fundament sluit daar direct op aan. Zowel onafhankelijke als zorgafhankelijke ouderen moeten gezien worden als volwaardige burgers. De segregatie van het medisch model (afzonderen van ‘zieke’ ouderen) en de normalisatie van het leermodel (blijven proberen om ouderen ‘jong’ te maken) moeten verlaten worden. Uitgangspunt is het burgerschapmodel: mensen met beperkingen moeten worden ondersteund zodat zij een volwaardige plaats als burger in de samenleving krijgen en daar niet buiten geplaatst worden. Van Houten (1999) spreekt over een gevarïeerde samenleving. Ook de oudere met (ernstige) beperkingen en handicaps, kan op een eigen unieke manier op de samenleving betrokken zijn en blijven.

Het vierde fundament is dat zorg en samenleven begrepen moet worden als een netwerk van relaties tussen mensen onderling alsook tussen mensen en allerlei organisaties (bijvoorbeeld zorginstellingen, verzekeringsmaatschappijen, overheidsorganen, etc.). Zorg wordt in dit netwerk in eerste instantie opgevat als een relatie tussen mensen en niet als een product of dienst. Hieronder worden verschillende sporen besproken die betrekking hebben op de zorg rond ouderen. Het betreft een netwerk van sporen, die met elkaar verbonden zijn, op elkaar steunen en zoveel mogelijk op elkaar moeten worden afgestemd zodat een samenhangend netwerk zichtbaar is.


Verschillende sporen

Voor de verdere uitwerking van de initiatiefgroep Platform Humane Zorg (Noord) is het goed om de verschillende sporen die op de ouderenzorg betrokken zijn te onderscheiden om de relationele kant van de zorg inzichtelijk te maken en de verschillende belangen die binnen die relaties spelen.

Het eerste spoor betreft de ervaring van de kwaliteit van leven door de ‘oudere zorgontvangers’. Of de zorg voor ouderen goed is hangt af van de beleving en ervaring van degene die de zorg ontvangt. De moeilijkheid zit in het meetbaar maken van kwaliteit en levensgeluk. Dat gebeurt vaak met enquêtes die bestaan uit voorgestructureerde antwoordmogelijkheden. Hiermee kan de zorgontvanger onvoldoende uiting geven aan de werkelijk beleefde kwaliteit van zorg en leven.

Vaak gehoorde klachten uit de traditionele verpleeg- en verzorgingshuizen zijn gebrek aan privacy, eenzaamheid, enorme overgang vergeleken bij het leven voor de ‘inhuizing’. De dagen zijn steeds het zelfde en er is een enorme medicalisering/ hospitalisering (Niessen:1995). Een bewoner uit het verpleeghuis: ’Heel mijn leven lijkt er opgericht te zijn dat ik op tijd mijn medicijnen krijg, op tijd goed en gezond eet, dat mijn ontlasting goed is en dat ik mijn schone kleren aan- en uitgedaan krijg’. Verpleeghuisbewoner Niessen spreekt van ‘de verlammende werking van het systeem’ en het niets kunnen inbrengen tegen het zorgsysteem (Niessen 1995:23). Daarnaast heersen er bij veel ouderen ook bepaalde verwachtingspatronen: in een verzorgingshuis mag je toch verwachten dat je ‘verzorgd’ wordt? Daar tegenover staat een geheel andere visie: zoveel mogelijk zelf doen om vaardigheden te onderhouden en achteruitgang tegen te gaan (hotelfunctie versus use-it-or-lose-it-cultuur).

Hoewel algemeen gesteld wordt dat zorgvragers ‘mondiger’ zijn geworden, heeft dat er nog niet toegeleid dat de (oudere) zorgvrager geheel is opgenomen als participerend en serieuze partij in de discussie over de kwaliteit van de zorg. Emancipatie en empowerment van ouderen is daarom zeker van belang. Het gaat er daarbij niet alleen om dat zij hun klachten en teleurstellingen kenbaar maken. Tevens moeten zij als een belangrijke partij betrokken worden in het meedenken over hoe de zorg moet veranderen (burgerschapmodel).

Het tweede spoor betreft de professionaliteit van de medewerkers, de mensen die de directe zorg verlenen. Door vele bezuinigingen en een toename in complexiteit in de ouderenzorg is hun taak aanzienlijk verzwaard. Tegelijkertijd is de waardering voor het beroep van de verzorgende laag. In korte tijd zijn er recentelijk tal van vernieuwingen doorgevoerd (al dan niet door de overheid opgelegd) en opvallend is dat medewerkers op de werkvloer weinig betrokken zijn bij nieuwe ontwikkelingen. Het lijkt erop dat medewerkers door de voortdurende veranderingen veranderingsmoe zijn geworden en motivatie en enthousiasme voor hun werk verliezen.

Om beter in te kunnen spelen op de complexiteit van zorgvragen waarin ook de zingevings- en geluksdimensie worden betrokken zal er in het werk van medewerkers in de zorg meer aandacht moeten komen voor de relationele en morele kant van hun werk (vgl. Meurs:2006). Voor het ontwikkelen van deze vaardigheden is investeringen in tijd en geld vereist. Middels rondetafelgesprekken kan de betrokkenheid van medewerkers bij nieuwe ontwikkelingen toenemen waadoor ook hun bijdrage meegenomen wordt in de veranderingsvoorstellen. Het management dient het verzorgend personeel waardering voor het vak, vertrouwen en verantwoordelijkheid te geven. Zo kan er een besef ontstaan dat medewerkers een belangrijke bijdrage leveren aan het levensgeluk van de bewoner en uiteindelijk ook aan zichzelf, dat al die energie die in het werk gestoken wordt de moeite waard is.

Het derde spoor betreft de ondersteunende en inspirerende rol van management en bestuur. Dit spoor dreigt nog al eens uiteen te lopen in direct leidinggevende teamleiders en het hoger management. De teamleider of teamcoach heeft met de directe werkvloer te maken terwijl het management met allerlei wet- en regelgeving te maken heeft. Aan de hand daarvan zetten managers een beleidslijn uit voor de zorgverlening. De teamleider op de werkvloer heeft echter te maken met de weerbarstige praktijk en medewerkers die de zoveelste verandering door de strot geduwd krijgen. 

Het vierde spoor: invloeden vanuit de politiek en overheid. Op politiek niveau worden twee grote verschuivingen waargenomen (Grit & Meurs:2005). Om kosten te besparen en gezondheid te verbeteren wint de (gereguleerde) marktwerking binnen de gezondheidszorg  - en dus ook in de ouderenzorg - terrein. Dit gebeurt met de nodige beloften en aarzelingen, en dat heeft veel invloed op de werkwijze van de zorgmanager (spoor 3). Deze moet steeds meer een berekenend en onderhandelend persoon worden (economische verantwoordelijkheid). De tweede verschuiving binnen de politiek en overheid betreft de verplaatste politiek. Nadruk ligt steeds meer op de maatschappelijke zelfsturing van locale gemeenten en organisaties. Door de vrijheid die de zorgmanager (spoor 3) krijgt in het vormgeven van de zorgverlening krijgt hij ook steeds meer verantwoordelijkheid over de zorgkwaliteit binnen zijn/haar organisatie (morele verantwoordelijkheid). Bij deze laatste verschuiving is de vraag of de zorgmanagers daadwerkelijk zoveel vrijheid heeft, omdat er tegelijkertijd allerlei nieuwe regels en wetten worden opgelegd vanuit de overheid.

Het vijfde spoor: een bredere (maatschappelijke) visie. Door vergrijzing wordt er een steeds groter appèl gedaan op de ouderenzorg, tegelijkertijd heerst er een ideaal van ‘jong-blijven’ en een anti-verouderingscultuur (Baars: 2006). De vraag hoe om te gaan met ouderen zou in een breed maatschappelijk debat grondig uitgewerkt moeten worden. Hoe zorgen wij voor de oude dag van onszelf en die van anderen, op zo’n manier dat er sprake is van zingevingsmogelijkheden en levensgeluk? Wat hebben we daarvoor nodig en wat willen we daarin investeren? Op dit spoor wordt de ouderenzorg en alles wat daarbij komt kijken in een bredere context gezien. Hierbij kunnen bijvoorbeeld ook vragen van architectonische aard gesteld worden: aan welke eisen moet nieuwbouw voldoen? 


Ontwikkelingstraject: Perspectief 2015

Het PHZ(noord) is in de ontwikkelingsfase. De eerste bijeenkomsten van de initiatiefgroep hebben geleid tot het leggen van enkele stevige fundamenten waarop verder gebouwd moet worden. Enkele nog verder uit te werken stappen zijn daarbij naar voren gekomen in een lange termijnplan: Perspectief 2015. Een lange termijnplan omdat dit mogelijkheden geeft om netwerken op te bouwen en commitment te genereren, om zo een traject op te starten dat duurzaam is en zich kan aanpassen aan de snelle ontwikkelingen en veranderingen van de huidige tijd.

Tussen de in dit artikel genoemde sporen bestaan spanningen: ieder spoor kenmerkt zich door eigen belangen en een eigen dynamiek. Deze spanningen worden vaak uit de weg gegaan door nieuwe regels te stellen of ad hoc veranderingen in beleid door te voeren (vaak middels een top-down-benadering). 

Het PHZ (Noord) wil de verschillende sporen bijeen brengen door een sturend verhaal te ontwikkelen. De bovengenoemde fundamenten vormen de basiselementen voor het sturend verhaal. Op dit moment is het PHZ(noord) bezig dit sturende verhaal verder uit te werken en te expliciteren. 

Het gaat om een sturend verhaal waarmee medewerkers zich verbonden voelen en dat binnen een organisatie door alle medewerkers gedragen wordt. Het management van de organisatie zal dit sturend verhaal inzetten. Vanuit de praktijk dient in de spanningsvelden tussen de verschillende sporen dit sturend verhaal verder vormgegeven en genuanceerd te worden. Een essentiële leidraad voor dit ontwikkeltraject vormt het streven om de dialogische en participatieve waarden die medesturend zijn voor nieuwe vormen van ouderenzorg ook in de ontwikkeling van het sturende verhaal tot hun recht te laten komen. De medewerkers nemen actief deel aan het ontwikkelingstraject en doordat hun aandeel belangrijk gevonden en serieus genomen wordt voelen zij zich sterker betrokken. Een verrijkende dialoog over beleidskeuzen en -ontwikkeling zorgt voor een emotioneel draagvlak voor dit sturend verhaal waarin humane waarden centraal staan en er oog is voor de persoonlijke ontwikkeling en levensgeluk van alle betrokkenen. 




Drs. Bas van der Sijde studeerde ergotherapie en humanistiek. Hij is werkzaam als humanistisch raadsman in het Jannes van der Sleedenhuis in Hoogeveen en nauw betrokken bij de ontwikkelingen van het Platform Humane Zorg (Noord). 


Met dank aan Froukje Weidema en Harry Kunneman voor redactionele aanwijzingen.


Literatuur

Baars, J. (2006), Het nieuwe ouder worden. Paradoxen en perspectieven van leven in de tijd. Utrecht: SWP.

Becker, H.M.(2006), Levenskunst op leeftijd. Gelukbevorderende zorg in een vergrijzende wereld, Delft: Eburon. 

Grit, K. & P. Meurs (2005). Verschuivende verantwoordelijkheden. Dilemma’s van zorgbestuurders. Assen: Van Gorcum.

Houten, D. van (1999) De standaardmens voorbij. Over zorg, verzorgingsstaat en burgerschap. Maarssen: Elsevier/De Tijdstroom.

Kunneman, H. (2006). ‘De toekomst van het humanisme en de rol van de Humanistische Alliantie’ in: Tijdschrift voor Humanistiek jrg. 7 nr. 25.  p. 101-109.

Kunneman, H. (2005). Voorbij het dikke-ik. Bouwstenen voor een kritisch humanisme. Amsterdam:SWP. 

Meurs, P. (2006). ‘Werken aan een betere kwaliteit van de zorg: een wenkend perspectief voor de raden van toezicht?’ in: Volkskrant 04-02-2006.

Niessen, J. (1995), Omzien naar een volwaardig leven. De intramurale ouderenzorg vanuit mijn bed bekeken, Utrecht: SWP. 

 

‘Samen zoeken naar mogelijkheden om 

iets moois van het leven te maken’

Bron: Redactie Human.nl  (02 april 2008)


'We hebben de mond vol van kwaliteit in de zorg, maar de vraag waar een mens gelukkig van wordt of waardoor die het leven als zinvol ervaart wordt bij al de kwaliteitsmetingen niet of nauwelijks meegenomen.' Dat zegt Bas van der Sijde, humanistisch geestelijk raadsman in het Jannes van der Sleedenhuis in Hoogeveen. Samen met Lineke Verkooijen, lector sociale interventie aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden en directeur van een onderzoek- en adviesbureau, bereidt hij een congres over humane zorg voor. 

‘Zorg met Passie – Passie voor Zorg’ is de titel van dit congres, dat op 29 mei in Zwolle wordt gehouden. Het is een initiatief van het Platform Humane Zorg Noord, een samenwerkingsverband in de noordelijke provincies voor humanisering in de ouderenzorg. 

Lineke Verkooijen: "Op de conferentie willen we inspirerende auteurs zoals Stella Braam en Hans Becker aan het woord laten over de zorg, uitgaande van persoonlijke verhalen van de zorgvragers zelf. Er is hierover heel veel interessants geschreven."

Hoe is dit initiatief tot stand gekomen? 

Bas: ‘We horen vaak negatieve geluiden over de ouderenzorg. Er zijn veel bezuinigingen en er zou te weinig tijd en aandacht of zorg zijn voor het welzijn en weinig transparant en efficiëntie. We hebben de mond vol van kwaliteit, maar waar een mens gelukkig van wordt of waardoor die het leven als zinvol ervaart, die vraag wordt bij al de kwaliteitsmetingen niet of nauwelijks meegenomen."

Lineke: "In het Platform Humane Zorg Noord zitten verschillende organisaties uit de noordelijke provincies Drenthe, Friesland en Groningen. In samenwerking met de Humanistische Alliantie willen we een positief geluid laten horen. We zetten humane waarden centraal, deze moeten ingezet worden als sturende kracht in de zorg voor de oudere medemens. Door al die protocollen en kwaliteitseisen is de passie voor de zorg een beetje verloren gegaan. Die willen we weer aanwakkeren."

Humane waarden centraal zetten, betekent dat dat een mens zelf mag bepalen hoe hij zijn leven vorm en inhoud kan geven? 

Lineke: "Het gaat niet alleen om de autonomie en eigen regie van mensen maar ook om waarden als gelijkwaardigheid, dialoog, participatie, het creëren van zingeving en betrokken burgerschap, met andere woorden, het kunnen deelnemen aan de samenleving in al z’n facetten. Maar juist bij kwetsbare ouderen is het belangrijk om de eigen regie te ondersteunen zodat deze niet onnodig wordt overgenomen."

‘Zorg met passie’? Wat bedoelen jullie daarmee? 

Bas: "Dat de zorg steeds minder menselijk lijkt te worden, dat we spreken in termen als zorgindicaties en zorgproducten vind ik heel jammer voor het werk in de zorg. Ik zie zorg veel meer als een relatie, waarin je samen zoekt naar mogelijkheden om iets van het leven te maken, ondanks ziektes en handicaps. Dat is geen gemakkelijk werk, maar het is wel heel mooi werk en dat kan ook verdiepend voor de verzorgende zelf zijn. Ik vind het heel erg als iemand tegen een verzorgende zegt: 'jij kunt toch wel wat meer dan mensen wassen'. Dan heb je volgens mij helemaal niets van het beroep van verzorgende begrepen."


Comments