Opening door voorzitter St Passie voor Zorg

 

Opening door de voorzitter Platform Passie voor Zorg

Leen Diepenhorst

 


Leen Diepenhorst heet alle aanwezigen van harte welkom. Hij leest daarbij twee gedichten. Het eerste gedicht ‘Hebben en Zijn’ om aan te geven dat dat de kwaliteit van zorg op basis van humane waarden primair gaat om het ‘er zijn’ van de verzorgende (professional of vrijwilliger) voor de cliënt.

 

 

Hebben en Zijn

Op school stonden ze op het bord geschreven,

Het werkwoord hebben en het werkwoord zijn;

Hiermee was tijd, was eeuwigheid gegeven,

De ene werkelijkheid, de andere schijn.

 

Hebben is niets. Is oorlog. Is niet leven.

Is van de wereld en haar goden zijn.

Zijn is, boven de dingen uitgeheven,

Vervuld worden van goddelijke pijn.

 

Hebben is hard. Is lichaam. Is twee borsten.

Is naar de aarde hongeren en dorsten.

Is enkel zinnen, enkel botte plicht.

 

Zijn is de ziel, is luisteren, is wijken,

Is kind worden en naar de sterren kijken,

En daarheen langzaam worden opgelicht.

 

(Ed Hoornik)

 

Het tweede gedicht van Vasalis gaat daarna in op die relatie. We zien de zuster/professional als betrokken hulpverleenster, een liefdevolle onzichtbare hand en we zien de gedaante van de idioot, die ook gelukkig mens wordt.

 

 

De idioot in het  Bad

Met opgetrokken schouders, toegeknepen ogen,

haast dravend en vaak hakend in de mat

lelijk en onbeholpen aan zusters arm gebogen

gaat elke week de idioot naar ’t bad.

 

De damp, die van het warme water slaat

maakt hem geruster: witte stoom….

En bij elk kledingstuk, dat van hem afgaat,

bevangt hem meer en meer een oud vertrouwde droom.

 

De zuster laat hem in het water glijden,

hij vouwt zijn dunne armen op zijn borst,

hij zucht, als bij het lessen van zijn eerste dorst

en om zijn mond gloort langzaamaan een groot verblijden.

 

Zijn zorgelijk gezicht is leeg en mooi geworden

zijn dunne voeten staan rechtop als bleke bloemen

zijn lange, bleke benen, die reeds licht verdorden

kunnen als berkenstammen door het groen opdoemen.

 

Hij is in dit groen water nog als ongeboren

hij weet nog niet, dat sommige vruchten nimmer rijpen

hij heeft de wijsheid van het lichaam niet verloren

en hoeft de dingen van de geest niet te begrijpen.

 

En elke keer , dat hij uit ’t bad gehaald wordt,

en stevig met een handdoek drooggewreven,

en in zijn stijve, harde kleren wordt gesjord,

stribbelt hij tegen en dan huilt hij even.

 

En elke week wordt hij opnieuw geboren

en wreed gescheiden van het waterleven;

en elke week is hem het lot beschoren

opnieuw een bange idioot te zijn gebleven.

 

(Vasalis)

 

Comments